couperen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cou·pe·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
couperen
coupeerde
gecoupeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

couperen (overgankelijk)

  1. het (operatief) verwijderen van uitstekende lichaamsdelen bij een dier, zoals de staart of oren
  2. (spel) voor het uitdelen het pak met de reeds geschudde kaarten in tweeën opsplitsen door een stapeltje van het pak af te halen dat vervolgens weer onder de andere kaarten geschoven wordt
  3. gedeelten wegknippen uit (een toneelstuk of film)
  4. versnijden
    couperen bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl