corrigeren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: corrigeren (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland) /ˌkɔriˈʒɪːrə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg) /ˌkɔriˈʒeːrə(n)/
Woordafbreking
- cor·ri·ge·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| corrigeren |
corrigeerde |
gecorrigeerd |
| volledig | ||
Werkwoord
corrigeren
- iets ontdoen van fouten of fouten aanduiden.
- De leraar corrigeerde het eindproefwerk van de leerlingen.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. iets van fouten ontdoen