corpus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cor·pus
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Latijnse corpus (lichaam)
enkelvoud meervoud
naamwoord corpus corpora
corpussen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

corpus o

  1. alle verzamelde werken die bekend zijn op een bepaald gebied
    Dit is het corpus van het Middelnederlands van de dertiende eeuw.


Latijn

Zelfstandig naamwoord

corpus o

  1. lichaam
  2. lijk
Verbuiging