converseren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·ver·se·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
converseren
converseerde
geconverseerd
zwak -d volledig

Werkwoord

converseren

  1. (inergatief) een gesprek voeren
    Ze converseerden over de toekomst van het bedrijf.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen