convenir
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Spaans
Woordafbreking
- con·ve·nir
Werkwoord
convenir
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| convenir |
convenía |
convenido |
| volledig | ||
- (onovergankelijk) afspreken
- (onovergankelijk) overeenkomen
- (onovergankelijk) toegeven
- (onovergankelijk) overeenkomen
- (onovergankelijk) schikken, uitkomen
Synoniemen
- [1] acordar