convenant
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- con·ve·nant
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | convenant | convenanten |
| verkleinwoord | convenantje | convenantjes |
Zelfstandig naamwoord
convenant o
- een overeenkomst
- Er werd gisteren een convenant gesloten.
Vertalingen
1. een overeenkomst