controleert

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·tro·leert

Werkwoord

vervoeging van
controleren

controleert

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van controleren
    Jij controleert.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van controleren
    Hij controleert.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van controleren
    Controleert!