controleert
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- con·tro·leert
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| controleren |
controleert
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van controleren
- Jij controleert.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van controleren
- Hij controleert.
- verouderde gebiedende wijs meervoud van controleren
- Controleert!