contactlens

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·tact·lens
enkelvoud meervoud
naamwoord contactlens contactlenzen
verkleinwoord contactlensje contactlensjes

Zelfstandig naamwoord

contactlens v/m

  1. een zeer kleine glazen of kunststof lens die men direct op de oogbol plaatst ter vervanging van een bril
    Wil je contactlenzen of liever een bril?
Vertalingen