consumeren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- con·su·me·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| consumeren |
consumeerde |
geconsumeerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
consumeren
- (overgankelijk) voeding nuttigen
- De bezoekers consumeerden grote hoeveelheden ijs op die warme dag.
- (overgankelijk) (economie) het verbruiken van goederen en diensten
- Als er niet voldoende geconsumeerd wordt komt de economie in grote problemen.
Antoniemen
- [2] produceren