consul

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
  • IPA: /ˈkɔnsʏl/
Woordafbreking
  • con·sul
enkelvoud meervoud
naamwoord consul consuls
verkleinwoord consulletje consulletjes

Zelfstandig naamwoord

consul m

  1. gevolmachtigd vertegenwoordiger van een vreemde regering in een land.
  2. elk van de beide eerste overheidspersonen tijdens de Republiek in Rome.
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Engels

enkelvoud meervoud
consul consuls

Zelfstandig naamwoord

consul

  1. consul


Frans

enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  consul     le consul     consuls     les consuls  

Zelfstandig naamwoord

consul m

  1. consul


Latijn

Uitspraak
  • IPA: /kõː.sʊɫ/
Woordafbreking
  • con·sul

Zelfstandig naamwoord

cōnsul m

  1. (politiek) consul
Verwante begrippen
Verbuiging
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen