constructie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·struc·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord constructie constructies
verkleinwoord constructietje constructietjes

Zelfstandig naamwoord

constructie v

  1. het in elkaar zetten of produceren van iets
    Bij de constructie van auto's worden grote hoeveelheden spoelwater gebruikt bij de oppervlaktebehandeling.
    De constructie van het verleden.
  2. (bouwkunde) een bouwkundige samenstelling
    Een constructie van baksteen.
  3. (techniek) iets dat uit mechanische onderdelen is opgebouwd
    Een gelaste constructie.
  4. (juridisch) juridische ~ een specifieke manier van regelgeving
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen