constructie
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- con·struc·tie
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Latijnse constructio.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | constructie | constructies |
| verkleinwoord | constructietje | constructietjes |
Zelfstandig naamwoord
constructie v
- het in elkaar zetten of produceren van iets
- Bij de constructie van auto's worden grote hoeveelheden spoelwater gebruikt bij de oppervlaktebehandeling.
- De constructie van het verleden.
- (bouwkunde) een bouwkundige samenstelling
- Een constructie van baksteen.
- (techniek) iets dat uit mechanische onderdelen is opgebouwd
- Een gelaste constructie.
- (juridisch) juridische ~ een specifieke manier van regelgeving
Synoniemen
- [2] bouwconstructie, bouwwerk, bouwsel
Afgeleide begrippen
- constructieleer, constructiemethode, constructietechniek, constructiewijze
- [1] constructief, reconstructie
Verwante begrippen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.