constateren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: constateren (hulp, bestand)
- IPA: /kɔnsta'terə(n)/
Woordafbreking
- con·sta·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| constateren |
constateerde |
geconstateerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
constateren
- (overgankelijk) vaststellen
- Ik moet constateren dat jullie nog niet echt voortgang geboekt hebben...
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. vaststellen