constateren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·sta·te·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
constateren
constateerde
geconstateerd
zwak -d volledig

Werkwoord

constateren

  1. (overgankelijk) vaststellen
    Ik moet constateren dat jullie nog niet echt voortgang geboekt hebben...
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen