conducteur
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- con·duc·teur
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van het Franse conducer of conduire (met het voorvoegsel con-) met het achtervoegsel -eur
- afgeleid van het Franse 'conducteur' of daarvoor van het Latijnse 'ducere' (leiden) met het voorvoegsel con- [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | conducteur | conducteurs |
| verkleinwoord | conducteurtje | conducteurtjes |
Zelfstandig naamwoord
conducteur m
- (spoorwegen) (beroep) een medewerker van het openbaar vervoer die reizigers op vervoersbewijzen controleert en de orde dient te bewaren
- De conducteur is nu al drie keer langs geweest.
Verwante begrippen
- wagenbestuurder
- mannelijke vorm van conductrice
Hyponiemen
- hoofdconducteur, onderconducteur, opperconducteur, postconducteur, slaapwagenconducteur, tramconducteur, treinconducteur
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een medewerker van de spoorwegen die reizigers op vervoersbewijzen controleert en de orde in de trein of tram dient te bewaren
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.