condoleren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·do·le·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
condoleren
condoleerde
gecondoleerd
zwak -d volledig

Werkwoord

condoleren

  1. (overgankelijk) betuiging tonen van rouwbeklag
    We gaan morgen meneer Jansen condoleren vanwege de dood van zijn echtgenote.
Afgeleide begrippen
Vertalingen