concurreren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·cur·re·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
concurreren
concurreerde
geconcurreerd
zwak -d volledig

Werkwoord

concurreren

  1. (inergatief) commercieel wedijveren
    Er wordt in die bedrijfstak scherp geconcurreerd.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen