concretiseren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- con·cre·ti·se·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| concretiseren |
concretiseerde |
geconcretiseerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
concretiseren
- (overgankelijk) (m.b.t. een gegeven) concreet maken
- Een mens getekend door een jong kind is niet veel meer dan twee rondjes en 4 lijnen (voor de ledematen). Dikte geven aan de ledematen en handen en voeten tekenen concretiseren de betekenis van de tekening .
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een gegeven) concreet maken