computeren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- com·pu·te·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| computeren |
computerde |
gecomputerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
computeren
- (inergatief) gebruikmaken van de computer
- Soms zit hij dagenlang te computeren.
Vertalingen
1. gebruikmaken van de computer
|