compromis
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- com·pro·mis
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | compromis | compromissen |
| verkleinwoord | compromistje | compromistjes |
Zelfstandig naamwoord
compromis o
- overeenkomst waarbij de betrokken partijen concessies doen om tot een voor allen aanvaardbare oplossing te komen
- De partijen hebben een compromis gesloten.
Typische woordcombinaties
- een compromis zoeken
- een compromis vinden
- een compromis bereiken
- een compromis sluiten
Vertalingen
1. overeenkomst waarbij de betrokken partijen concessies doen om tot een voor allen aanvaardbare oplossing te komen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.