compliceren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- com·pli·ce·ren
Woordherkomst en -opbouw
- afgeleid van het Franse compliquer (met het voorvoegsel com- met het achtervoegsel -eren) [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| compliceren |
compliceerde |
gecompliceerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
compliceren
- (overgankelijk) (nodeloos) ingewikkeld maken
- De eenvoudigste zaken compliceerde zij verschrikkelijk.
- compliceren bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
1.(nodeloos) ingewikkeld maken