compliceren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·pli·ce·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
compliceren
compliceerde
gecompliceerd
zwak -d volledig

Werkwoord

compliceren

  1. (overgankelijk) (nodeloos) ingewikkeld maken
    De eenvoudigste zaken compliceerde zij verschrikkelijk.
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen