compileren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- com·pi·le·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| compileren |
compileerde |
gecompileerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
compileren
- (overgankelijk) een opeenstapeling maken, een zo volledig mogelijke verzameling aanleggen, gewoonlijk van geschriften of informatie
- Hij compileerde de losse informatie tot een verslag van de gebeurtenissen van de conferentie.
- (overgankelijk) (informatica) de broncode van een programma omzetten van een formele invoertaal in een formele uitvoertaal waardoor een objectcode ontstaat
- Er is wat misgegaan toen ik het programma compileerde.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.