compenseer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·pen·seer

Werkwoord

vervoeging van
compenseren

compenseer

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van compenseren
    Ik compenseer.
  2. gebiedende wijs van compenseren
    Compenseer!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van compenseren
    Compenseer je?