compagnie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·pag·nie
enkelvoud meervoud
naamwoord compagnie compagnieën, compagnies
verkleinwoord compagnietje compagnietjes

Zelfstandig naamwoord

compagnie v

  1. (militair) onderdeel van een bataljon, bestaande uit ongeveer 100-150 manschappen
    De hele compagnie was aangetreden.
  2. een gezelschap met commerciële doelstellingen, gewoonlijk met een toegekend monopolie
    Er waren compagnieën voor de kolonisatie overzee, maar ook op de woeste gronden van Drenthe.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen