compagnie
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- com·pag·nie
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | compagnie | compagnieën, compagnies |
| verkleinwoord | compagnietje | compagnietjes |
Zelfstandig naamwoord
compagnie v
- (militair) onderdeel van een bataljon, bestaande uit ongeveer 100-150 manschappen
- De hele compagnie was aangetreden.
- een gezelschap met commerciële doelstellingen, gewoonlijk met een toegekend monopolie
- Er waren compagnieën voor de kolonisatie overzee, maar ook op de woeste gronden van Drenthe.