commissaris

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·mis·sa·ris
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord commissaris commissarissen
verkleinwoord commissarisje commissarisjes

Zelfstandig naamwoord

commissaris m [2]

  1. een persoon die zitting heeft in een commissie van toezicht
    b.v. iemand die namens de aandeelhouders belast is met het toezicht op en het adviseren van de directie van een onderneming
  2. een hoge rang in de Nederlandse en Belgische politie, politiecommissaris
  3. (politiek) ~ van de Koning(in) de hoogste vertegenwoordiger van de Kroon in een Nederlandse provincie
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal