combinatie

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·bi·na·tie

Zelfstandig naamwoord

combinatie v

  1. het verband tussen begrippen, zaken, etc.
  2. voertuig met aanhanger of ander gevolg.
  3. (kleding) kledingstukken die bij elkaar passen.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Andere talen