collaboreren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- col·la·bo·re·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| collaboreren |
collaboreerde |
gecollaboreerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
collaboreren
- (inergatief) met de vijand samenwerken
- Er zijn Nederlanders geweest die gecollaboreerd hebben met de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Vertalingen
1. met de vijand samenwerken