coïtus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • coï·tus, co·itus
enkelvoud meervoud
naamwoord coïtus -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

coïtus m

  1. (formeel) geslachtsgemeenschap
    In Nederland is het illegaal om coïtus te hebben met minderjarigen.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen