climax
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- cli·max
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | climax | climaxen |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
climax, m
- (letterkunde) iets cruciaals waar in de loop van het verhaal naartoe gewerkt wordt
- De climax van het verhaal was voor mijn gevoel wel erg snel afgelopen.
- een opsomming waarbij de opgesomde delen geleidelijk in sterkte toenemen
- (biologie) het einde van een ecologische successie waarbij de biomassa constant blijft
- maximale waarde, uiterste
- Die onvrede bereikte een climax.
Synoniemen
- [1], [4] hoogtepunt
Antoniemen
- [1], [2], [4] anticlimax
Verwante begrippen
- [3] climaxecosysteem
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.