classicus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • clas·si·cus
enkelvoud meervoud
naamwoord classicus classici
verkleinwoord classicusje classicusjes

Zelfstandig naamwoord

classicus m

  1. een beoefenaar van de klassieke talen
    De classicus had veel kennis van het Latijn.
Verwante begrippen