citroen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ci·troen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | citroen | citroenen |
| verkleinwoord | citroentje | citroentjes |
Zelfstandig naamwoord
- (fruit) ovale, gele zure vrucht van de citroenboom.
- De man vond de citroen zuur smaken.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. vrucht
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.