citeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ci·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
citeren
citeerde
geciteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

citeren

  1. (overgankelijk) letterlijk aanhalen wat iemand anders over een onderwerp gezegd of geschreven heeft
    Als je iemand citeert, moet je altijd de bron van het citaat bijvoegen.
  2. (juridisch) dagvaarden
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie