citeerden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ci·teer·den

Werkwoord

vervoeging van
citeren

citeerden

  1. meervoud verleden tijd van citeren
    Wij citeerden.
    Jullie citeerden.
    Zij citeerden.