citeerden
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- ci·teer·den
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| citeren |
citeerden
- meervoud verleden tijd van citeren
- Wij citeerden.
- Jullie citeerden.
- Zij citeerden.
- Wij citeerden.
| vervoeging van |
|---|
| citeren |
citeerden