cita

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • ci·ta
enkelvoud meervoud
cita citas

Zelfstandig naamwoord

cita v

  1. afspraak
  2. citaat
Verwijzingen

Werkwoord

vervoeging van
citar

cita

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van citar
  2. gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van citar