christen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • chris·ten
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord christen christenen
verkleinwoord (christentje) (christentjes)

Zelfstandig naamwoord

christen m

  1. (religie) een belijder van de christelijke godsdienst
    De naam christen was oorspronkelijk een spotnaam. [2]
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal


Engels

vervoeging
onbepaalde wijs to christen
he/she/it christens
verleden tijd christened
voltooid
deelwoord
christened
onvoltooid
deelwoord
christening
gebiedende wijs christen

Werkwoord

christen

  1. dopen