checken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- chec·ken
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Engelse to check.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| checken |
checkte |
gecheckt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
checken
- (overgankelijk) controleren, nakijken
- Check jij even of de post er al is?
Verwante begrippen
Vertalingen
1. controleren, nakijken