chatten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • chat·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Engelse to chat.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
chatten
/ˈtʃɛtə(n)/
/ˈtʃɑtə(n)/
chatte
/ˈtʃɛtə/
/ˈtʃɑtə/
gechat
/ɣəˈtʃɛt/
/ɣəˈtʃɑt/
zwak -t volledig

Werkwoord

chatten

  1. (inergatief) op synchrone wijze met elkaar korte tekstberichten uitwisselen
    Henk was aan het chatten met Jeroen over zijn werk.
Verwante begrippen
Vertalingen


Duits

Uitspraak
  • IPA: /ˈtʃɛtn̩/
Woordafbreking
  • chat·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Engelse to chat.
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
chatten
chatte
gechat
volledig

Werkwoord

chatten

  1. chatten
    «Chatten ist das Hobby vieler Leute.»
    Chatten is de hobby van vele mensen.
Verwante begrippen