charisma
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- cha·ris·ma
Woordherkomst en -opbouw
- Van Grieks charisma (genadegave). Van charizomai (iemand welgevallig zijn). Van charis (genade, schoonheid). Verwant met chairein (zich verheugen).
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | charisma | charisma's |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
charisma o
- uitstraling
- Bij de presidentiële verkiezingen bleek charisma het te winnen van ervaring.
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.