chaos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Chaoskaos

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cha·os
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudgriekse woord χάος [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord chaos -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

chaos m

  1. grote wanorde, ongeordendheid, verwarring
    De stroomstoring zorgde voor chaos.
  2. (wiskunde) mathematische onzekerheid die veroorzaakt wordt door onbekende factoren
    chaos bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Antoniemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Engels

Uitspraak
  • IPA: /keɪɒs/
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
chaos chaoses

Zelfstandig naamwoord

chaos

  1. chaos