center

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cen·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord center centers
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

center m

  1. pin om het middelpunt (center) van een te boren gat aan te geven (-> centerboor)
  2. (werktuigbouwkunde) kop van een draaibank
  3. (sport) middenspeler
  4. plek waar iets gebeurt, centrum (leenwoord uit Engels)
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
center centers

Zelfstandig naamwoord

center

  1. centrum, midden
    «He did not even try to park in the center of the city.»
    Hij probeerde niet eens om in het midden van de stad te parkeren.
  2. centrum, instituut
    «He was on his way to a center for cancer research.»
    Hij was op weg naar een centrum voor kankeronderzoek.
Schrijfwijzen
  • (GB, IRL, AUS, NZ, ZA enz.): centre