center
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- cen·ter
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | center | centers |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
center m
- pin om het middelpunt (center) van een te boren gat aan te geven (-> centerboor)
- (werktuigbouwkunde) kop van een draaibank
- (sport) middenspeler
- plek waar iets gebeurt, centrum (leenwoord uit Engels)
Hyponiemen
- activitycenter, assessmentcenter, callcenter, cinecenter, copycenter, fitnesscenter, jobcenter, outletcenter, profitcenter, uitlaatcenter
Afgeleide begrippen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
Engels
Uitspraak
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| center | centers |
Zelfstandig naamwoord
center
- centrum, midden
- «He did not even try to park in the center of the city.»
- Hij probeerde niet eens om in het midden van de stad te parkeren.
- «He did not even try to park in the center of the city.»
- centrum, instituut
- «He was on his way to a center for cancer research.»
- Hij was op weg naar een centrum voor kankeronderzoek.
- «He was on his way to a center for cancer research.»
Schrijfwijzen
- (GB, IRL, AUS, NZ, ZA enz.): centre