cello

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Cello

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cel·lo
enkelvoud meervoud
naamwoord cello cello's
verkleinwoord cellootje cellootjes

Zelfstandig naamwoord

cello m

  1. (muziekinstrument) een viersnarig strijkinstrument dat tijdens het bespelen door de cellist tussen de knieën wordt gehouden
    Mijn broer heeft vroeger op een cello gespeeld.
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Engels

Zelfstandig naamwoord

cello

  1. (muziekinstrument) cello.


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • cel·lo
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

cello m

  1. (muziekinstrument) cello.
Verbuiging
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • spille cello


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • cel·lo
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

cello m

  1. (muziekinstrument) cello.
Verbuiging
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • spille cello
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen