ceder
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈsedər/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈsedər/
Woordafbreking
- ce·der
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ceder | ceders |
| verkleinwoord | cedertje | cedertjes |
Zelfstandig naamwoord
ceder m
- (plantkunde) Cedrus, een boom uit het geslacht van coniferen dat behoort tot de dennenfamilie
- Ceders hebben een bast die bestaat uit dikke ribbels of vierkante richels en wijduitstaande, rechte takken.
Hyperoniemen
Vertalingen
1. Cedrus, een boom uit het geslacht van coniferen dat behoort tot de dennenfamilie
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Spaans
Uitspraak
- IPA: /se̞ˈðe̞ɾ/
Woordafbreking
- ce·der
Werkwoord
ceder
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| ceder |
cedía |
cedido |
| volledig | ||
- (onovergankelijk) afnemen, verminderen
- opgeven, zich gewonnen geven
- afzien (van)
- resulteren, als gevolg hebben
- (overgankelijk) overdragen, afstaan, geven