carnaval

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordherkomst en -opbouw
  1. van het Latijn: carne vale (= vaarwel aan het vlees)
  2. van het Latijn: carrus navalis (= scheepswagen)

Uitspraak

Lettergrepen
  • car·na·val

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord carnaval carnavals
verkleinwoord

carnaval, o: het ~

  1. volksfeesten, verkleedpartijen en optochten die gehouden worden gedurende de vier dagen die de vasten vooraf gaan.

Synoniemen
vastenavondfeest

Vertalingen

Afgeleide begrippen
carnavalesk, carnavalshit, carnavalsoptocht, carnavalsvakantie, vastenavond

Meer informatie

Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen