capriool
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ca·pri·ool
Woordherkomst en -opbouw
- Via het Frans afgeleid van het Italiaanse capriola en vervolgens van capriolo, "reebok". Dit valt weer te herleiden tot het Latijnse capreolus en uiteindelijk tot caper, "geit".
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | capriool | capriolen |
| verkleinwoord | capriooltje | capriooltjes |
Zelfstandig naamwoord
capriool
- paardensprong waarbij tijdens het zweefmoment de achterbenen fel achteruit slaan, aanvankelijk ter verdediging tegen belagers (soldaten, wolven)
- In de Spaanse rijschool kan men mooie sprongen bewonderen zoals de spectaculaire capriool.
- (figuurlijk) een onbezonnen daad, een gekke streek
- Na dat verlies kan hij zich geen financiële capriolen meer veroorloven.
Synoniemen
- [2] uitspatting, bokkensprong