campus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
  • IPA: /ˈkɑmpʏs/
Woordafbreking
  • cam·pus
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Latijnse campus (veld, vlakte)
enkelvoud meervoud
naamwoord campus campussen
verkleinwoord campusje campusjes

Zelfstandig naamwoord

campus m

  1. universiteitsterrein met woningen voor studenten en docenten
Vertalingen

Meer informatie



Engels

Woordherkomst en -opbouw
  • van het Latijnse campus (veld, vlakte)
enkelvoud meervoud
campus campuses
campi

Zelfstandig naamwoord

campus

  1. campus




Frans

Woordherkomst en -opbouw
  • van het Latijnse campus (veld, vlakte)
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  campus     le campus     campus     les campus  

Zelfstandig naamwoord

campus m

  1. campus




Latijn

Zelfstandig naamwoord

campus m

  1. veld
  2. vlakte
Verbuiging
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen