camoufleren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ca·mou·fle·ren
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Franse camoufler (verbergen, camoufleren).
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| camoufleren |
camoufleerde |
gecamoufleerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
camoufleren
- (overgankelijk) een voorwerp onopvallend maken
- (overgankelijk) een handeling verbergen