cadet
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ca·det
Woordherkomst en -opbouw
- Leenwoord uit het Frans.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | cadet | cadetten |
| verkleinwoord | cadetje | cadetjes |
Zelfstandig naamwoord
cadet m
- een student aan een militaire school
- De cadetten aan de militaire school studeren in juli af.
- een jonge sportbeoefenaar
- De cadetten speelden een vrienschappelijke wedstrijd.