busy

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Middelengelse busi.
stellend vergrotend overtreffend
busy busier busiest

Bijvoeglijk naamwoord

busy

  1. druk
    «It has been a busy day.»
    Het is een drukke dag geweest.
  2. bezig, bezet
Anagrammen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen