buschauffeur
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bus·chauf·feur
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | buschauffeur | buschauffeurs |
| verkleinwoord | buschauffeurtje | buschauffeurtjes |
Zelfstandig naamwoord
buschauffeur m
- (beroep) iemand die beroepsmatig reizigers vervoert in een bus
Verwante begrippen
Vertalingen
1. iemand die beroepsmatig reizigers vervoert in een bus
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.