burgerlijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bur·ger·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen burgerlijk
verbogen burgerlijke

Bijvoeglijk naamwoord

burgerlijk

  1. tot de burgers behorend
    Hij was van burgerlijke afkomst.
  2. horend bij de staatsburger of in een geregelde maatschappij
    Heb alsjeblieft een beetje burgerlijke beleefdheid!