bunker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bun·ker
enkelvoud meervoud
naamwoord bunker bunkers
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bunker m

  1. uitgegraven en met beton zwaar versterkte verdedigingsstelling
  2. bergruimte voor steenkolen, zout of zand in een schip
  3. hindernis van zand op een golfbaan
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen