buks

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • buks
enkelvoud meervoud
naamwoord buks buksen
verkleinwoord buksje buksjes

Zelfstandig naamwoord

buks

  1. v/m een zwaar soort geweer
    In de schietsport wordt nog wel met buksen geschoten.
  2. m (plantkunde) Buxus sp. Wikispecies-logo-en.png een boom uit de buxusfamilie
Afgeleide begrippen