buks
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- buks
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | buks | buksen |
| verkleinwoord | buksje | buksjes |
Zelfstandig naamwoord
buks
- v/m een zwaar soort geweer
- In de schietsport wordt nog wel met buksen geschoten.
- m (plantkunde) Buxus sp.
een boom uit de buxusfamilie